vrijdag 16 december 2011

Herkomst van mijnwerkers in Nederlands Limburg.

Op 15 december promoveerde Serge Langeweg in Maastricht bij Prof. Ad. Knotter op het proefschrift getiteld Mijnbouw en arbeidsmarkt in Nederlands-Limburg. Herkomst, werving, mobiliteit en binding van mijnwerkers tussen 1900 en 1965.

Mijnwerkerszonen uit de eigen streek, overige Limburgers, overige Nederlanders en buitenlanders - dat was in het algemeen de volgorde die bij het aantrekken van personeel in acht werd genomen. Bij gedwongen ontslagen was de volgorde precies omgekeerd. Terwijl in onze buurlanden de kolenindustrie afhankelijk was van de massale inzet van Oost- en Zuid-Europese gastarbeiders, slaagden de Limburgse mijndirecties uiteindelijk in hun opzet om de personeelsbezetting op te bouwen uit hoofdzakelijk 'eigen volk'. Kwam dat door de uitgekiende strategieën van de mijndirecties of doordat de omstandigheden meezaten?

Het blijkt dat in de crisisjaren en de oorlog (ca. 1930-1944) de mijndirecties in een ruime arbeidsmarkt konden kiezen uit een overvloedig aanbod. 80% van de aangetrokken nieuwe werknemers was in die periode Limburgs. Dat was in de jaren daarvoor nog niet eens  25%. Het van crisiswege riante aanbod werd nog versterkt door de typisch Limburgse grote gezinnen.

In de jaren vóór 1930 werden relatief grote groepen van m.n. Duitse, Belgische, Oostenrijkse, Poolse en Joegoslavische mijnwerkers aangesteld die vaak ervaring hadden in Duitse en Belgische mijnen. Het aantal buitenlandse mijnwerkers in Limburg bedroeg in de jaren tot 1930 vaak tussen de 20% en 30%, en daalde in de loop van de crisisjaren tot gemiddeld ca. 10% om pas in de loop van de jaren 50 weer te groeien tot zo'n 15%. De nieuwe gastarbeiders kwamen in golven: Italianen (1948-1951), Oostenrijkers en Italianen (1955-1957) en  Italianen, Spanjaarden, Joegoslaven en Marokkanen (1961-1965). In de jaren 50 werd ook geprobeerd om Nederlanders over te halen om te "emigreren in eigen land".  (Zie afbeelding wervingsaffiche.)

Serge Langeweg (1958) studeerde sociale en economische geschiedenis in Utrecht en is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Continium Discovery Center te Kerkrade.

Het proefschrift is uitgegeven als nr. 75 in de serie Maaslandse Monografieën van de gelijknamige stichting. Stichting Maaslandse Monografieën is een gezamenlijk initiatief van het Limburgs Geschiedkundig en Oudheidkundig Genootschap (LGOG) en het Sociaal Historisch Centrum Limburg (SHCL).

Serge Langeweg, Mijnbouw en arbeidsmarkt in Nederlands-Limburg. Herkomst, werving, mobiliteit en binding van mijnwerkers tussen 1900 en 1965, Maaslandse Monografieën deel 75 (Maastricht 2011), ca. 360 pag., geïllustreerd (deels in kleur), ISBN 978 90 8704 254 7. Donateurs van het SHCL en overige abonnees op de reeks Maaslandse Monografieën krijgen het boek gratis thuisgestuurd. Losse delen zijn te bestellen via de betere boekhandel of via de webwinkel van het SHCL.

Zie ook eerdere bijdrage over Limburgse migratiegeschiedenis en mijnbouw in Migranten dossier@CBG.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen