maandag 16 mei 2011

19e eeuwse mythevorming rondom Teuten

Teuten waren rondreizende handelaren of ambachtslieden afkomstig uit de de Kempen, een streek die delen van Belgisch en Nederlands Limburg, Noord- en Vlaams-Brabant en de Belgische provincie Antwerpen omvat. De van huis uit katholieke teuten reisden vanuit hun thuisbasis door België, Nederland, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg tot in Denemarken. In al die landen hebben ze hun sporen nagelaten.

De oudste vermeldingen van teuten zijn uit het eind van de 16e eeuw en de laatste uit begin van de 20e eeuw. Verschillende Teutengroepen hadden uiteenlopende specialismen. Sommige teuten handelden in potten en pannen en boden hun diensten aan als ketellapper, anderen handelden in stof en linnengoed of kochten mensenhaar voor pruiken. Er waren groepen die opereerden als een soort dierenarts die castraties verrichtte en weer anderen waren gespecialiseerd in handel in aardewerk. Teuten waren in gildeachtige structuren georganiseerd. De nering was behoorlijk winstgevend en de teuten stonden aanvankelijk in goed aanzien. Teuten behoorden in de Kempen tot de meer welvarende inwoners. In de loop van de 19e eeuw veranderde hun aanzien als gevolg van een aantal stigmatiserende geschriften.

Historicus en teutenkenner Jozef Mertens beschrijft in de publicatie 'Onder invloed van Jan Frans Willems en Pieter Ecrevisse’ de 19de-eeuwse mythevorming rond taal, herkomst, handel en wandel van deze ambulante handelaars en ambachtslui, Lommer 2011. Het boek telt ca. 200 pagina's en kost € 40,-incl. verzendkosten. Zie website Heemkunde Vlaanderen.

1 opmerking:

  1. Erg handige tekst! Helpt bij mijn schoolopdracht!

    BeantwoordenVerwijderen